Wijzigingen 2011
Vanaf het jaar 2011 is de regeling voor toekenning van kinderopvangtoeslag beperkt. Voor 1 januari 2011 kwam iedereen met een kind dat opgevangen werd in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. Per 1 januari 2011 worden er verdere eisen gesteld.
Uit art. 1.6 van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen volgt dat ouders bepaalde vormen van werkzaamheden dienen te verrichten wil een recht op kinderopvangtoeslag bestaan. Onder deze vormen van werkzaamheden vallen onder andere werkzaamheden waarmee inkomen uit tegenwoordige arbeid wordt verdiend alsmede het zonder enige vergoeding meewerken in de onderneming van de partner in de zin van de meewerkaftrek. Een gezin waarvan één ouder niet werkt, komt dus vanaf 1 januari 2011 niet meer voor kinderopvangtoeslag in aanmerking.
Wijzigingen 2012
Uit het onlangs gepubliceerde besluit Kinderopvangtoeslag blijkt dat de huidige regeling nog meer aangescherpt zal worden (overigens waren deze maatregelen al in een eerder stadium aangekondigd en de uitwerking ervan mag dus geen verbazing zijn). Uit art. 8a van genoemd besluit volgt, dat het aantal uren waarvoor recht bestaat op kinderopvangtoeslag, afhankelijk wordt van het aantal uren dat de minst werkende ouder in een jaar heeft gewerkt. Voor de dagopvang is het aantal uren waarvoor recht bestaat op kinderopvangtoeslag gemaximeerd op 140% van de door de minst werkende ouder gewerkte uren, voor de buitenschoolse opvang bedraagt dit percentage 70%.
Zelfstandigen
Ondernemer
Volgens de nota van toelichting moeten zelfstandigen op vergelijkbare wijze als bij de zelfstandigenaftrek aannemelijk maken dat zij het opgegeven aantal uren hebben gewerkt, waarbij de reistijd woon-werkverkeer niet meetelt. Aangezien op dezelfde wijze als bij de zelfstandigenaftrek de uren aannemelijk gemaakt moeten worden, doet in casu de bewijslast van het urencriterium zijn intrede in de kinderopvangtoeslag. Het enige verschil met het in art. 3.6 Wet IB 2001 genoemde urencriterium is dat het minimum van 1225 uur bij de toeslag geen eis is. Het gaat erom dat de gewerkte uren aannemelijk kunnen worden gemaakt. Aannemelijk maken van de uren hoeft nog geen probleem te zijn. Problematischer wordt het op het moment dat een zelfstandige geconfronteerd wordt met vragen over de gewerkte uren. Uit de nota van toelichting blijkt namelijk dat de ouders desgevraagd aan de Belastingdienst/toeslagen moeten aantonen (verzwaarde bewijslast) dat zij het aantal opgegeven uren gewerkt hebben. Zonder daadwerkelijke urenregistratie zal aantonen van de gewerkte uren een stuk lastiger zo niet onmogelijk worden.
Meewerkende partner
Een tweede punt dat in casu de aandacht verdient is de meewerkende partner. Ook voor de meewerkende partner zullen ook de daadwerkelijk gewerkte uren aannemelijk gemaakt moeten worden en desgevraagd aangetoond moeten kunnen worden. Alleen op die wijze valt aan te tonen welke ouder de minste uren gewerkt heeft en zodoende voor hoeveel uur er recht op kinderopvangtoeslag bestaat. Een urenregistratie is voor de meewerkende partner dus eigenlijk een must.
Informatie-uitwisseling
Tot hier zult u wellicht denken dat een vorm van urencriterium bij toepassing van de kinderopvangtoeslag geen onoverkomelijk probleem hoeft te zijn. De ondernemer hoeft immers alleen maar de gewerkte uren bij te houden en daarmee is de kous af. De ervaring leert echter dat het voor een ondernemer vaak ondoenlijk is om per dag de daadwerkelijk gewerkte uren bij te houden. Dat zal geen probleem opleveren als deze ondernemer zijn uren aannemelijk moet maken, maar wel als hij deze uren moet aantonen.
De ondernemer en de partner die de gewerkte uren richting de belastingdienst/toeslagen moeten aantonen, kunnen echter nog voor een verrassing komen te staan. Op grond van art. 36 AWIR kan de belastingdienst/toeslagen deze gegevens delen met de inspecteur en ontvanger van de rijksbelastingen. Dat dit naast de gevolgen voor de kinderopvangtoeslag ook gevolgen kan hebben voor bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek of de (zakelijkheid van de) meewerkbeloning hoef ik denk ik niet meer toe te lichten.
Al met al is de conclusie wel dat het bijhouden van een urenregistratie door een ondernemer of meewerkende partner bijna een must is om zeker te zijn van een aantal fiscale faciliteiten.
Auteur: Drs. M.A.A. Knops CB
1 reactie(s)
Sander Vos - 22 dec. 13:50