Loonheffing blijft buiten toepassing op de levensloopaanspraken van de deelnemers aan een levensloopregeling, die geen hogere levensloopbijdrage krijgen dan vergelijkbare werknemers die niet deelnemen aan de levensloopregeling. Dit geldt niet voor de levensloopaanspraken van werknemers die wel een hogere levensloopbijdrage kregen dan vergelijkbare werknemers. Die levensloopaanspraken behoren wel tot het loon voor de loonheffingen.
Levensloopbijdrage
Werkgevers geven bij levensloopregelingen vaak een bijdrage aan hun werknemers, de zogenoemde levensloopbijdrage. Aan de onbelastheid van de levensloopbijdrage verbindt de wet onder meer de voorwaarde dat de werkgever in dezelfde mate een bijdrage verstrekt aan zijn overige werknemers die voor het overige in dezelfde omstandigheden verkeren.
Over de levensloopbijdrage zijn op het moment van toekenning alleen premies werknemersverzekeringen verschuldigd. Voor de niet-deelnemers behoort de bijdrage op het genietingsmoment tot het loon voor alle loonheffingen.
Ongewenst
Als een werkgever een of meer werknemers een levensloopbijdrage verstrekt die hoger is dan de levensloopbijdrage aan vergelijkbare werknemers, die niet deelnemen aan de levensloopregeling, dan moeten alle levensloopaanspraken in de heffing betrokken worden.
Dat zou ook gelden voor de deelnemers aan de levensloopregeling die niet een hogere levensloopbijdrage hebben ontvangen dan de overige werknemers die niet deelnemen aan de levensloopregeling maar die voor het overige in dezelfde omstandigheden verkeren. De minister acht dat een ongewenst gevolg.
Dit besluit vervangt de in 2007 eerder uitgebrachte besluiten met onderdelen over de toepassing van de tabel voor bijzondere beloningen, de aanwijzing van een studentenkaart en de eindheffing. Deze onderdelen zijn in dit nieuwe besluit niet inhoudelijk gewijzigd
0 reactie(s)