Pensioen
Burgers die in een ander EU-land wonen maar wel een Nederlands wettelijk pensioen ontvangen, hebben op grond van Europese regels recht op zorg in het EU-land waarin zij wonen. Omdat Nederland voor die zorg moet betalen aan het woonland, mag Nederland een bijdrage inhouden op het pensioen.
Zorgverzekeringswet
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) stelde daarover vragen aan het Hof van Justitie van de EU. Het Hof van Justitie oordeelde in het Van Delft-arrest van 14 oktober 2010, dat de Zorgverzekeringswet op zich niet in strijd is met de Europese regels.
De wetgever heeft een overgangsregeling getroffen waarmee is beoogd dat de globale dekking die ingezeten en niet-ingezeten verdragsgerechtigden voor de inwerkingtreding van de Zvw hadden op grond van hun Nederlandse particuliere verzekering, zoveel mogelijk werd behouden.
Ondanks de wettelijke regeling, op grond waarvan slechts een deel van de overeenkomst verviel, moesten om praktische redenen feitelijk veelal nieuwe verzekeringsovereenkomsten worden gesloten. Het valt niet uit te sluiten dat sommige niet-ingezeten verdragsgerechtigden zijn benadeeld maar de CRvB acht van belang dat dit niet was beoogd.
Geen beperking
Dat de Nederlandse overheid naïviteit kan worden verweten betekent niet dat sprake is van een bedoelde ongunstigere behandeling. Verder is een premieverhogend effect op een benodigde aanvullende verzekering inherent aan de ZVW waarin volgens het Hof van Justitie terecht een onderscheid wordt gemaakt tussen ingezetenen en niet-ingezetenen, en is reeds daarom geen sprake van ongerechtvaardigde beperking van het vrije verkeer van EU-burgers.
De gepensioneerden krijgen een schadevergoeding van 500 euro toegekend voor zover de behandeling van de bezwaarschriften door het College voor zorgverzekeringen (Cvz) langer dan één jaar heeft geduurd.
De CRvB heeft op dezelfde datum ook het hoger beroep ongegrond verklaard in de vergelijkbare zaken.
3 reactie(s)
hilde aalders - 09 apr. 13:52
P. Londema - 29 dec. 16:37
K. v.d. Wetering - 19 dec. 12:29