Berekening van de maximale afschrijving
Voor goodwill geldt op jaarbasis een maximale afschrijving van 10% en voor de overige bedrijfsmiddelen een maximale afschrijving van 20% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten van het desbetreffende bedrijfsmiddel. Bij de bepaling van dit wettelijk afschrijvingsplafond komt de restwaarde van het bedrijfsmiddel niet in mindering op de aanschaffings- of voortbrengingskosten. Dit is anders dan bij de berekening van het jaarlijkse afschrijvingsbedrag. Het besluit bevat een voorbeeld om het standpunt duidelijk te maken.
Een bv schaft een bestelwagen aan voor € 20.000. De restwaarde daarvan bedraagt € 5.000. De gebruiksduur is drie jaar. De bv wil de wagen in drie jaar afschrijven. Het jaarlijkse bedrag van de afschrijving is € 5.000, namelijk (20.000 – 5.000) gedeeld door 3. De maximaal toegestane afschrijving bedraagt 20% van € 20.000 = € 4.000. Aangezien het afschrijvingsbedrag het wettelijk afschrijvingsplafond overschrijdt, mag de bv voor de bestelwagen op jaarbasis slechts € 4.000 als afschrijving in aftrek brengen. Het restant van € 3.000 mag de bv in het vierde jaar afschrijven.
Afschrijving op voortbrengingskosten van immateriële activa
Sinds 1 januari 2007 bestaat voor de voortbrengingskosten van immateriële activa (zoals auteursrechten[R1 ) een fiscale faciliteit, die afwijkt van de afschrijvingsregels volgens goed koopmansgebruik. Voortbrengingskosten van immateriële activa mogen namelijk ‘in het kalenderjaar van voortbrenging’ ineens worden afgeschreven. De minister geeft aan dat het de bedoeling is om afschrijving ineens toe te staan in het jaar waarin de voortbrengingskosten zijn gemaakt. Gelet op doel en strekking van de regeling vindt hij het geen bezwaar om voortbrengingskosten die op een eerder moment ten laste van de winst hadden kunnen worden gebracht, op een later moment alsnog ineens af te schrijven maar niet later dan het jaar van ingebruikname, Het moeten wel kosten betreffen die in 2007 of later zijn gemaakt en er moet geen incidenteel fiscaal voordeel zijn beoogd.
Afschrijving op onderhanden werk en opdrachten
Sinds 2007 worden onderhanden werk en onderhanden opdrachten gewaardeerd op het gedeelte van de overeengekomen vergoeding dat aan dat onderhanden werk of die onderhanden opdrachten is toe te rekenen. Vanwege de activering van de vergoeding komen de kosten van het aangenomen werk via de winst-en-verliesrekening in beginsel in aftrek in het jaar waarop zij drukken. Deze aftrek lijdt uitzondering als enige wettelijke aftrekbeperking van toepassing is., zoals de renteaftrekbeperkende regelingen in de vennootschapsbelasting.
Toepassing van afschrijvingsregels op gebouwen
Bij de afschrijving op gebouwen die binnen een onderneming worden gebruikt, gelden met ingang van 2007 enkele beperkende regels. Op onroerende zaken die in de onderneming zelf in gebruik zijn, mag niet verder worden afgeschreven dan tot op 50% van de WOZ-waarde. Voor beleggingsvastgoed (een ter beschikking gesteld gebouw) is de afschrijving zelfs nog beperkter. Daarop mag alleen worden afgeschreven voor zover de boekwaarde hoger is dan 100% van de WOZ-waarde.
De minister geeft aan dat deze beperking geldt voor degene die de volle eigendom van het gebouw bezit, maar ook voor degene die volledig economisch eigenaar is. In het besluit worden enkele voorbeelden gegeven. Daarnaast geeft de minister aan hoe de afschrijvingsregels moeten worden to egepast, indien één WOZ-waarde geldt voor verschillende onroere nde zaken. Dit komt bijvoorbeeld voor bij verblijfsrecreatieparken. De WOZ-waarde moet dan worden gesplitst en toegerekend aan de verschillende gebouwen.
Personeelswoningen
Personeelswoningen kwalificeren als een ter beschikking gesteld gebouw. Daardoor geldt het meest beperkte afschrijvingspotentieel, namelijk voor zover de boekwaarde hoger is dan 100% van de WOZ-waarde.
Overgangsrecht voor afschrijving op gebouwen
Er geldt een overgangsregeling voor de afschrijvingsbeperking op gebouwen die vóór 1 januari 2007 tot het ondernemingsvermogen behoorden en waarop vóór 1 januari 2007 nog niet gedurende ten minste ‘drie jaren’ is afgeschreven. Volgens de overgangsregeling is de afschrijvingsbeperking (tot 100% respectievelijk 50% van de WOZ-waarde) voor het eerst van toepassing met ingang van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarin die ‘drie jaren’ zijn geëindigd. De minister geeft aan dat ‘drie jaren’ in dit geval drie boekjaren betekent. De overgangsbepaling kan dus zodanig worden toegepast dat -waar het bedrijfsmiddel voor 1 januari 2007 in gebruik is genomen- na het boekjaar van ingebruikneming nog drie (hele) boekjaren op de oude voet kan worden afgeschreven.
Bestaande standpunten en inwerkingtreding
De minister merkt in het besluit op dat in bepaalde branches andere afschrijvingsregels kunnen gelden dan de regels die zijn opgenomen in het besluit.
In het nieuwe besluit zijn verder enige standpunten uit besluiten van 2000 opgenomen. Daarmee zijn geen inhoudelijke wijzigingen beoogd. De besluiten uit 2000 zijn daarbij ingetrokken. Het nieuwe besluit is op 17 maart 2010 in werking getreden en werkt terug tot en met 8 maart 2010.
Bron: PWC
Lijst
- 21 jun. 2011 Proceskostenvergoeding
- 10 mei 2010 Vereenvoudiging administratie of niet?
- 20 apr. 2010 Landen verdeeld over sancties zwartspaarder
- 6 apr. 2010 Beperkte bestuurdersaansprakelijkheid
- 23 mrt. 2010 Nieuwe beleidsstandpunten over afschrijvingen
- 2 mrt. 2010 Prijsgeven van pensioenaanspraken in eigen beheer
- 16 feb. 2010 Oudedagsvoorziening verzekeren of in eigen beheer opbouwen?
- 29 jan. 2010 Vijf misvattingen over EKA's
- 26 jan. 2010 Weet waar de grenzen van de omkering van de bewijslast liggen!
- 14 jan. 2010 Gebruikersprofiel: Paul Verhaegh
Nieuwe beleidsstandpunten over afschrijvingen
0 reactie(s)
Tekstgrootte
23 maart 2010
Minister De Jager van Financiën heeft een besluit uitgebracht met daarin bestaande en een aantal nieuwe standpunten over de afschrijving op bedrijfsmiddelen. In de nieuwe standpunten zijn de sinds 1 januari 2007 geldende wettelijke bepalingen verwerkt. Per die datum zijn namelijk door de Wet werken aan winst de regels voor de afschrijving gewijzigd. Het besluit bevat nieuwe standpunten over de volgende onderwerpen:
| Uw naam: | |
| Uw e-mailadres: | |
| Naam ontvanger: | |
| E-mailadres ontvanger: | |
| Doorsturen |
Reageer op dit artikel
ElsevierFiscaal Software & Almanakken
Direct naar productservice voor:
Updates, productnieuws, gebruikersinstructies, FAQ
Thema artikelen top 5
- 31 jan. 2012 Mogelijkheid kleine suppleties in omzetbelasting
- 3 jan. 2012 Toeslagen vanaf 1 januari 2012
- 6 dec. 2011 Het urencriterium wordt (nog) niet afgeschaft
- 24 jan. 2012 Voorwaarden voor de Tante Agaath-lening vanaf 2011
- 20 dec. 2011 'Erfenis aanvaarden met steeds meer risico's'
Blogs top 5
- 31 jan. 2012 Aangiftetijd
- 19 jan. 2012 Voorkom het verlies van uw verliezen
- 10 nov. 2011 De crisis is voorbij op 1 januari 2012!
- 11 nov. 2011 Intermediairs ontvangen verrassende brief
- 21 dec. 2011 Kinderopvangtoeslag en een vorm van urencriterium
0 reactie(s)