Defiscalisering vorderingen/schulden krachtens erfrecht
- De defiscalisering geldt ook voor testamenten waarbij samenwoners elkaar tot enig erfgenaam benoemen en aan de kinderen een kindsdeel wordt toegekend in de vorm van een niet-opeisbaar geldlegaat. De wettekst wordt op dit punt verduidelijkt.
- Voor samenwoners met kinderen die willen aansluiten bij de wettelijke vererving wordt bij besluit geregeld dat de fictieve heffing van artikel 10, lid 9 SW buiten toepassing blijft. Bij een dergelijk testament is de langstlevende enig erfgenaam en krijgen de kinderen hun deel middels een nog niet opeisbaar legaat. Als de schuld van de langstlevende uit het legaat door de oprenting boven de nominale waarde komt, zou op grond van de genoemde fictie over het meerdere moeten worden geheven.
- Er komt ook een besluit om fictieve heffing achterwege te laten in de situatie waarin de langstlevende de nalatenschap verwerpt en als gevolg daarvan een testamentair vruchtgebruik verkrijgt. Weekers denkt aan een goedkeuring bij verdeling van de nalatenschap binnen een bepaalde termijn na het overlijden. Verder wil hij goedkeuren dat de defiscalisering geldt vanaf de eerste peildatum voor box 3 na het openvallen van de nalatenschap indien het legaat binnen twee jaar na het overlijden juridisch wordt afgegeven.
- Ook bij een krachtens erfrecht verkregen vruchtgebruik van een eigen woning geldt dat de kosten en lasten op de vruchtgebruiker moeten drukken.
- Het kabinet ziet niets in een defiscalisering voor een krachtens erfrecht verkregen vruchtgebruik op aanmerkelijkbelangaandelen.
- Weekers gaat kijken naar een mogelijke uitbreiding van de defiscalisering tot vorderingen en schulden die zijn ontstaan bij de verdeling van een huwelijksgemeenschap door overlijden en tot vruchtgebruik/blooteigendom-situaties die zijn ontstaan bij de verdeling van een nalatenschap zonder testament.
- De defiscaliseringsregeling is bedoeld voor niet-opeisbare vorderingen; dit wordt verduidelijkt in de wettekst. De regeling heeft geen terugwerkende kracht: renteaftrek over de periode van defiscalisering is niet mogelijk en de vóór defiscalisering verschuldigde rente is aftrekbaar. De rente die is toe te rekenen aan de periode vóór 1 januari 2012 blijft aftrekbaar ook als die niet vóór 1 januari 2012 is betaald. Er ontstaat zo een evenwichtige situatie. Over de periode dat de langstlevende renteaftrek heeft worden als keerzijde ook de vorderingen van de kinderen belast in box 3. Over de periode dat de langstlevende geen renteaftrek geniet, zijn ook de vorderingen van de kinderen niet belast.
- Defiscalisering blijft ook gelden bij omzetting van de erfrechtelijke schuld in een niet-opeisbare lening. Dit geldt ook voor andere gevallen van schuldvernieuwing waarbij een nauw verband tussen de oude en de nieuwe schuld blijft bestaan.
- De defiscaliseringsregeling leidt niet tot een uitbreiding van de werkingssfeer van de box 3-vrijstellingen omdat niet de volle eigendom wordt verkregen.
Doorschuiving TBS bij echtscheiding
Weekers gaat onderzoeken of het begrip aanverwant voor de TBS-regeling en de ab-regeling zou moeten worden beperkt zodat daaronder niet langer aanverwanten vallen van de echtgenoot die geen fiscaal partner meer is.
Werkkostenregeling
Voor de werkkostenregeling wordt bepaald dat ook bij als eindheffingsbestanddeel aangewezen loon in natura, het totaal van de eigen bijdragen van de werknemers in mindering kan worden gebracht.
BPM
In de wet BPM wordt expliciet opgenomen dat gegevens die niet zijn gebruikt voor het vaststellen van de aangegeven afschrijving en evenmin op verzoek van de inspecteur zijn toegevoegd, in een later stadium niet alsnog kunnen worden gebruikt voor het wijzigen van de aangegeven afschrijving. In het verlengde van deze aanpassing wordt verder expliciet in de wet opgenomen dat bij ministeriële regeling een termijn kan worden vastgesteld waarbinnen de auto in ongewijzigde staat beschikbaar moet worden gehouden met het oog op de controle van de toegepaste afschrijving. Dit is alleen van belang indien aangifte wordt gedaan op basis van de individuele afschrijving van de auto. Gedacht kan worden aan enkele dagen tot, in uitzonderlijke gevallen, een week, te rekenen vanaf het tijdstip van de aangifte.
Aftrek fictieve vrijwilligerskosten
De aftrek van fictieve vrijwilligerskosten staat open voor zowel ANBI’s als lichamen die een sociaal belang behartigen, mits deze lichamen de winst hoofdzakelijk met behulp van vrijwilligers behalen. Deze aftrek geldt niet voor SBBI's maar wel voor andere lichamen die een sociaal belang behartigen en voor hun resultaten wél Vpb-plichtig zijn.
Vergrijpboete na verzuimboete
- De mogelijkheid tot het opleggen van een vergrijpboete bij nieuwe bezwaren geldt uitsluitend voor het niet, niet tijdig of niet volledig betalen van een aangiftebelasting. Er wordt gekeken naar verklaringen van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige of van derden en boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, die later bekend zijn geworden of niet zijn onderzocht. Van een verplichting tot medewerking aan de eigen veroordeling is geen sprake.
- Weekers benadrukt nogmaals dat de eerder opgelegde verzuimboete door verrekening (materieel) teniet gaat.
- De termijn voor het opleggen van de vergrijpboete is gekoppeld aan de termijn voor het formaliseren van de belastingschuld, dus in beginsel vijf jaar.
Informatieverplichting
- De informatieverplichting zal niet op korte termijn worden uitgebreid naar andere gevallen en doet niet een verplichting tot het melden van fiscale constructies ontstaan.
- De regeling geldt voor alle suppleties die vanaf 1 januari 2012 gedaan kunnen en moeten worden, ongeacht het BTW-tijdvak waarop de suppletie betrekking heeft. Een suppletie is geen aangifte maar het doen van suppletie wordt wel verplicht en het nalaten van suppletie kan worden beboet. Er is geen aanleiding tot het doen van suppletie als een belastingplichtige bezwaar aantekent tegen de aangifte in verband met een pleitbaar standpunt dat later onjuist blijkt.
- De inkeerregeling kan in de huidige vier gevallen alleen een rol spelen bij de Edelweissroute. Het beleid met betrekking tot de boete bij het niet nakomen van de informatieverplichting moet nog worden vastgesteld maar een matiging van het wettelijk maximum (100%) in bepaalde omstandigheden is meer dan waarschijnlijk.
- Er kan zowel voor het opzettelijk of met grove schuld niet nakomen van de informatieverplichting als voor het opzettelijk of met grove schuld niet nakomen van de betaalverplichting een vergrijpboete worden opgelegd. Er is dan geen sprake van dubbele beboeting.
Edelweissroute
- Aansprakelijkstelling van de executeur komt pas aan de orde nadat de belastingschuldige in gebreke is met de betaling van zijn belastingschuld en navordering e.d. bij de erfgenamen geen of onvoldoende resultaat heeft.
- De aangifteverplichting geldt voor degene die belast is met de uitvoering van het testament. De begrafenisexecuteur valt daar niet onder en is dus ook niet gehouden aangifte te doen.
- De erfgenamen zijn nu en straks aangifteplichtig voor de erfbelasting. Uitsluitend indien er een executeur benoemd is en de executeur zijn benoeming aanvaardt, is hij gehouden om aangifte te doen.
- De bevoegdheid tot navordering over buitenlandse vermogensbestanddelen gaat ook gelden voor nalatenschappen die vóór 1 januari 2012 zijn opengevallen.
Eén bankrekeningnummer
- De bestaande werkwijze waarbij een budgetbeheerder op basis van een overeenkomst met de schuldhulpvrager de lopende betalingen en ontvangsten via zijn rekening (die rekening van de budgetbeheerder) laat lopen kan wellicht zo worden aangepast dat voldaan wordt aan de wettelijke eisen van het ene rekeningnummer. Weekers gaat hierover in overleg met vertegenwoordigers van de sector.
- Ook is hij in overleg met de minister van SZW om met de kinderopvangsector afspraken te maken over aanpassing van hun incassobeleid. Bij het bepalen van het tijdstip van inwerkingtreding – hetgeen plaatsvindt bij koninklijk besluit ná 1 januari 2012 – zal rekening worden gehouden met de implementatie van de nieuwe regeling door de kinderopvangsector.
- In het wetsvoorstel is voorzien in de mogelijkheid om voor teruggaven omzetbelasting een afzonderlijk rekeningnummer te gebruiken naast het rekeningnummer voor de teruggaven inkomstenbelasting en toeslagen. Het rekeningnummer moet wel op naam van de belastingplichtige staan. De loonheffing valt overigens buiten het bereik van de verplichting tot het gebruik van één bankrekeningnummer.
- Weekers verwacht dat er eind 2012 een database beschikbaar is waarin per belanghebbende één rekeningnummer aanwezig is dat ook op diens naam staat.
Bron: Redactie FiscaalTotaal - [04-11-2011]
0 reactie(s)