Inspecteur of belastingplichtige geeft onvolledige informatie
Bij het sluiten van een compromis moet de inspecteur duidelijk zijn over de fiscale gevolgen en de vaststellingsovereenkomst moet ook goed weergeven wat met de inspecteur is afgesproken. De belastingplichtige moet van zijn kant alle relevante informatie geven die de inspecteur nodig heeft om de haalbaarheid van een compromis goed te kunnen beoordelen. Een beroep op onvolledige informatieverschaffing moet natuurlijk voldoende onderbouwd kunnen worden zodat het zaak is zo veel mogelijk van de gevoerde onderhandelingen schriftelijk te laten vastleggen.
Wederzijdse dwaling (artikel 6:228 BW)
Hiervan is sprake als beide partijen uitgingen van onjuiste feiten of een verkeerde voorstelling van (de gevolgen van) het gesloten compromis. Het compromis is echter bindend als de inspecteur ook als hij een juiste voorstelling van zaken had (alleen dwaling bij de belastingplichtige) niet hoefde te begrijpen dat de belastingplichtige anders nooit het compromis zou hebben gesloten. De inspecteur denkt bijvoorbeeld dat een bepaald (bijvoorbeeld civielrechtelijk) gevolg van het compromis voor de belastingplichtige van ondergeschikt belang is terwijl de belastingplichtige dit gevolg juist onacceptabel zou vinden als hij hiervan op de hoogte was. Bij dwaling moet het wel gaan om gevolgen die op het moment van sluiten van het compromis voorzienbaar waren en normaal niet voor risico van de belastingplichtige behoren te blijven. Zodra sprake is van deskundige bijstand is natuurlijk al veel minder aannemelijk dat er onduidelijkheid bestond over de inhoud en de gevolgen van het compromis (Hof Arnhem, nr. 11/00142, LJN BV2113).
Geen bedenktijd of dwang
Voor een schriftelijk gedaan bod geldt een redelijke aanvaardingstermijn zodat eventueel een deskundige kan worden geraadpleegd. De staatssecretaris heeft aan de fiscus voorgeschreven dat die bedenktijd ten minste een week bedraagt. Ook als de onderhandelingen over het compromis (te) lang duren, moet de Belastingdienst bedenktijd geven en kan deze niet een vaststellingsovereenkomst er door drukken (Nationale Ombudsman, nr. 2009/034). Een bekend geval waarin dwang en het niet krijgen van bedenktijd samenkwamen, was een van de KB Lux-zaken. De Hoge Raad (nr. 42.257, LJN BA2267) achtte de vaststellingsovereenkomst mogelijk onverbindend omdat de inspecteur de boete blijkbaar alleen wilde laten vervallen als de vaststellingsovereenkomst meteen zou worden ondergetekend. De Hoge Raad wees er op dat de voorgeschreven bedenktijd van één week voor het volledige compromis geldt en dat het benutten hiervan geen gevolgen mag hebben voor het compromis.
Eenzijdige akkoordverklaring/oplegging
Partijen moeten zich wederzijds akkoord verklaren met het voorstel tot compromis; een eenzijdige akkoordverklaring geldt in bezwaar en beroep niet als een vaststellingsovereenkomst en dus kan de belastingplichtige dan een ander standpunt innemen. Ook kan de fiscus niet eenzijdig een aan de belastingplichtige toegezonden stuk als een vaststellingsovereenkomst aanmerken (Nationale Ombudsman, nr. 2010/033). De bevoegdheid van de bij onderhandelingen betrokken personen is eveneens een belangrijk punt. Voor de fiscus zal van belang zijn dat de belastingplichtige zelf de vaststellingsovereenkomst tekent en de belastingplichtige zal zich er van willen vergewissen dat de overeenkomst door een bevoegde Belastingdienstmedewerker wordt getekend. Als de belastingplichtige een gemachtigde heeft, moet de Belastingdienst die gemachtigde ook bij de onderhandelingen over het compromis betrekken.
Bron: Redactie FiscaalTotaal - [3-2-2012]
Lees meer over de kennisbank FiscaalTotaal.
Fiscalist gezocht die kan schrijven over Vpb/LB/BTW: redactie FiscaalTotaal breidt uit en zoekt een nieuwe collega.
1 reactie(s)
IcvHKNQfLPEKh - 16 feb. 21:39