Winkelwagen Geen artikelen - € 0,00

Internationale waardeoverdracht: doen wat mogelijk is, in plaats van doen alsof iets kan

De internationale waardeoverdracht (IWO) van pensioenkapitaal kan spaak lopen doordat de civiele en fiscale wetgeving niet optimaal op elkaar zijn afgestemd.

Sinds de inwerkingtreding van de Pensioenwet op 1 januari 2007 wordt iwo niet meer gezien als een vorm van afkoop. De wet bevat nieuwe artikelen met verplichtende en bevoegdheid verlenende bepalingen voor internationale overdrachten. Mr. H.M. van Engelshoven bespreekt in haar artikel in de Pensioen Magazine de regelgeving rond internationale waardeoverdracht (IWO) en de gevolgen daarvan voor de pensioenuitvoerders.

Rol pensioenuitvoerder

Pensioenuitvoerders zijn tegenwoordig in een aantal situaties verplicht om mee te werken aan internationale waardeoverdracht, bijvoorbeeld aan een pensioeninstelling in een andere EU-lidstaat of aan een verzekeraar met een zetel buiten Nederland. Sinds 1 januari 2007 toetst niet De Nederlandsche Bank maar de pensioenuitvoerder zelf of is voldaan aan de wettelijke voorwaarden. Dit houdt in dat pensioenuitvoerders de buitenlandse regelingen moeten opvragen en inhoudelijk beoordelen. In geval van waardeoverdracht aan een 'buitenlandse instelling' (doorgaans pensioeninstellingen buiten de EU) is de pensioenuitvoerder bevoegd om mee te werken en heeft DNB nog wel een accorderende rol.
Bij IWO geldt onder meer de voorwaarde dat de mogelijkheden tot afkoop van de waarde van de overgedragen pensioenaanspraken niet ruimer zijn dan op basis van de Pensioenwet.

In de praktijk
Het is in de praktijk lastig om te voldoen aan de voorwaarde dat een buitenlandse afkoop de PW-afkoopbegrenzing niet mag overschrijden, omdat in het buitenland vaak ruimere afkoopopties van toepassing zijn. Voor wat betreft de voorwaarde van actuariële gelijkwaardigheid is onduidelijk hoe hieraan moet worden voldaan, omdat de bevolkingssamenstelling en daarmee de 'biometric tables' per land verschillend zijn. Hierdoor valt IWO in de meeste gevallen niet te realiseren, zo concludeert de auteur.

De afstemming tussen fiscaliteit en pensioenregelgeving is volgens de auteur niet efficiënt. In tegenstelling tot de Pensioenwet beschouwt de Wet Loonbelasting 1964 waardeoverdracht wel als een afkoop van pensioenafspraken. De Belastingdienst kan onder voorwaarden toestemming geven aan een pensioenuitvoerder om een pensioenkapitaal fiscaal geruisloos over te dragen aan een 'fiscaal niet-toegelaten pensioeninstelling'.

Exitheffing
Een van de voorwaarden is de dat de buitenlandse pensioeninstelling verklaart de fiscale aansprakelijkheid voor een exitheffing over te nemen. Als de verplichte IWO niet doorgaat omdat de Belastingdienst geen toestemming geeft, kan de pensioenuitvoerder een boete krijgen van de toezichthouder. Maar als de IWO plaatsvindt zónder fiscale toestemming, dan kan de pensioenuitvoerder door de Belastingdienst worden aangesproken voor de exitheffing.

Bron: FiscaalTotaal



Uw naam:
Uw e-mailadres:
Naam ontvanger:
E-mailadres ontvanger:
  Doorsturen

0 reactie(s)

Reageer op dit artikel

*
*
*

Plaats mijn reactie