ElsevierFiscaal

Winkelwagen Geen artikelen - € 0,00

Wanneer vangt de terbeschikkingstelling aan?

De Hoge Raad heeft op 22 januari 2010 haar oordeel geveld over het aanvangstijdstip van de TBS-regeling (zie nummer 08/00327).

In de gevallen waarin een onroerende zaak wordt aangeschaft met de gezamenlijke bedoeling om die zaak in gebruik te geven aan die vennootschap, en de zaak voor dat gebruik gereed wordt gemaakt, is sprake van terbeschikkingstelling op het moment waarop de onroerende zaak is aangekocht. 

Aanvang terbeschikkingstelling
Wanneer de terbeschikkingstelling samenvalt met de verkrijging van het vermogensobject, zal het aanvangstijdstip duidelijk zijn; van meet af aan box 1. Bij een verbouwing vooraf, brengt het aanvangstijdstip discussies met zich mee. De vaststelling van dit aanvangstijdstip is juist zo belangrijk voor aftrekbaarheid van de kosten tijdens de verbouwingsperiode en de (niet) activering van aankoop- en verbouwingskosten.

Arrest Hoge Raad
De Advocaat Generaal was kort gezegd van mening dat de terbeschikkingstelling (pas) aanvangt op het moment van feitelijke terbeschikkingstelling (lees: verhuur) van het pand. Het Hof was van mening dat de eerste ondernemingshandeling van ondernemers doorgetrokken dient te worden naar resultaatgenieters. Dit hield in dat het pand, dat is aangeschaft met het doel dit ter beschikking te stellen aan de BV of V.o.f., zich volgens het Hof van meet af aan in de sfeer van de terbeschikkingstelling bevond. Met het arrest van 22 januari 2010 heeft de Hoge Raad een geheel eigen visie gegeven op de aanvang van de terbeschikkingstelling. Zij geeft hierbij de onderstaande set van regels:

  • Als een onroerende zaak wordt aangeschaft met de gezamenlijke bedoeling van de belastingplichtige en een met hem gelieerde vennootschap om die zaak te gaan verhuren aan die vennootschap en dat is in een overeenkomst vastgelegd en de zaak wordt voor dat gebruik gereed gemaakt, dan is sprake van terbeschikkingstelling op het moment waarop deze onroerende zaak is aangeschaft;
  • Indien die gezamenlijke bedoeling niet in een overeenkomst is neergelegd, kan niettemin sprake zijn van terbeschikkingstelling, mits in dat geval de aanschaf en het gereedmaken zijn geschied onder zodanige omstandigheden dat, indien de (toekomstige) gebruiker ervan een niet-gelieerde persoon zou zijn geweest, met deze over die aanschaf en het gereedmaken voorafgaand afstemming zou hebben plaatsgevonden;
  • Voorts kan bij de aanschaf van een onroerende zaak van terbeschikkingstelling pas sprake zijn indien van het moment van de aanschaf af geen andere aanwending van de onroerende zaak plaatsvindt.

De Hoge Raad heeft met haar arrest een hoop onduidelijkheden weggenomen. Het is aan de praktijk gelegen om hier een juiste invulling aan te geven.

Gevolgen voor de uitvoeringspraktijk
Als er geen overeenkomst is opgesteld, bieden de rechtsoverwegingen van de Hoge Raad gelukkig toch nog enige ruimte. Maar wilt u er zeker van zijn dat het pand dat ter beschikking wordt gesteld van meet af aan onder de terbeschikkingstellingsregeling valt, let er dan op dat gelijktijdig met het sluiten van de koopovereenkomst van de desbetreffende onroerende zaak, een (huur)overeenkomst wordt gesloten met de vennootschap. Voorkomen is immers beter dan genezen!

De auteur mw. Esther J.M. Bond FFP is als belastingadviseur verbonden aan Contaxus Belastingadviseurs te Volendam

Uw naam:
Uw e-mailadres:
Naam ontvanger:
E-mailadres ontvanger:
  Doorsturen

ElsevierFiscaal Software & Almanakken

Direct naar productservice voor:
Updates, verschijningsdata, productnieuws, gebruikersinstructies, FAQ